eureka

robert jan roos, arcadis: grote potentie voor limburg door treinverbindingen met belgië

EurekaRail is voor Robert Jan Roos van Advies- en ingenieursorganisatie Arcadis een project dat past bij zijn uitgebreide staat van dienst. Infrastructuur is een van zijn specialiteiten en zijn netwerk in binnen- en buitenland is groot. Arcadis kreeg van de Provincie Limburg in 2015 de opdracht om de mogelijkheden te onderzoeken van treinverbindingen tussen Limburg en België. Samen met Robert Jan Roos blikken we terug op het onderzoek dat Arcadis uitvoerde en deelt hij zijn ervaring en geleerde lessen.  ,,Vertrouwen en openheid, dat is de basis van alles.”

Het interview is onderdeel van de afsluiting van het programma EurekaRail. Eerder interviewden we Peter Kee en Geertje van Engen van At Osborne, Anja Hannema van gemeente Eindhoven, Marcel Brok van Provincie Noord-Brabant en programmamanager van EurekaRail, Mike Lücker.

In 2005 was hij al nauw betrokken bij de directe treinverbinding tussen Maastricht, Luik en Brussel. Een succesvolle lijn die reed tot eind 2010, maar daarna werd opgeheven. Tien jaar later begon Robert Jan Roos aan een nieuw grensoverschrijdend treinproject: het onderdeel België van EurekaRail.

Open staan voor de ander

Een gedegen voorbereiding en kennis van deelnemende organisaties en processen, daar begint een dergelijke grensoverschrijdend project mee, volgens Roos. Nationaal is dat een hele klus, internationaal al helemaal. Roos vindt dat er maar een manier is om een project als EurekaRail tot een succes te maken: als vervoerders en bestuurders open staan voor de ander en luisteren naar elkaars behoeften. Legt een van de partijen zijn wil op is hij doof voor de ander, dan blijft succes uit. Wat dat betreft was de Nederland-België lijn, waar Roos zich mee bezighield, een behoorlijke uitdaging.

Station Luik, één van de stations, naast onder andere het Duitse Aachen en het Nederlandse Maastricht, in het traject van de Drielandentrein.
Station Luik, één van de stations, naast onder andere het Duitse Aachen en het Nederlandse Maastricht, in het traject van de Drielandentrein. Foto: Wouter Roosenboom

Alle partijen er van begin af aan bij betrekken

Als je een uitvraag doet, zoals in dit geval de Provincie Limburg, dan is het volgens de ervaren adviseur uitermate belangrijk om alle partijen er vanaf het begin bij te betrekken. Dat had in dit traject wat Robert Jan Roos betreft beter gekund. De Belgische partijen waren onvoldoende op de hoogte van de aanstaande uitvraag, vertelt hij. ,,Het gaat erom dat je iets in gezamenlijkheid gaat doen. Met België is dat nooit ontstaan. Je moet open en transparant zijn, luisteren naar wat zij willen en vertellen wat wij willen. Dan zijn er kansen.”

Grote potentie

Er mag dan te weinig communicatie en afstemming geweest zijn tussen de Nederlandse en Belgische partijen, er is wel degelijk winst geboekt. ,,We hebben de vervoerskundige cijfers in kaart gebracht en we kennen de potentie, vooral van een lijn tussen Maastricht en Luik. Er zijn voldoende geïnteresseerde reizigers bijvoorbeeld. Ga je discussiëren en samenwerken met de universiteiten van Luik en Maastricht en betrek je nog meer bestuurders, dan kun je een breed palet aan producten maken.” Dat deel van Limburg kan volgens Robert Jan Roos daarom ook een hogere waarde krijgen. Maastricht wordt aantrekkelijk als vestigingsplaats voor bedrijven vanwege de aanwezige industrieën en bijvoorbeeld congres- en beurzencentrum MECC. ,,Je zit dan vlakbij Duitsland en België en er is een hele goede connectie met het zware hogesnelheidsnetwerk van Europa dat op een paar kilometer van de Nederlandse grens ligt.”

Foto: Wouter Roosenboom
Foto: Wouter Roosenboom

Economen aan de gesprekstafel

En dus is het volgens Robert Jan Roos goed om voortaan naast verkeerskundigen en ingenieurs ook meteen economen uit te nodigen aan de gesprekstafel. Die kunnen de vraag wat de toegevoegde waarde is van het grensoverschrijdende treinverkeer, beter beantwoorden. ,,De waarde van een rit over een lange afstand is anders dan die van een korte afstand. Dat is economie.”

Drielandentrein

Een hogesnelheidstrein tussen Nederland en België mag misschien nog ver weg zijn, er komt wel een drielandentrein. Roos: ,,Arriva heeft als onderdeel van de Limburgse vervoerconcessie deze trein voorgesteld waarbij 8 tri-courante treinstellen worden ingezet, treinen die in Nederland, België en Duitsland gereden kunnen worden.” Roos begrijpt de politieke keuze voor deze variant, maar vervoerskundig en dienstregeling technisch is hij niet optimaal. ,,Het in- en uitstappen op een aantal perrons bijvoorbeeld, die kunnen in hoogte verschillen.”

Onderzoekers geven advies, bestuurders nemen besluiten

Een andere treinverbinding, van Weert naar Hamont in België, was ook onderdeel van het onderzoek van het team van Arcadis en een wens van de politiek. Met die lijn ontstaat namelijk de verbinding Weert-Antwerpen. Roos: ,,We hebben aangegeven dat het aantal reizigers waarmee je start tussen Weert en Hamont laag is.” Begeleidende beleidsimpulsen kunnen zorgen voor een groei. ,,Wij rekenen de vervoerwaardes uit en geven aan wat de  consequenties van keuzes zijn op het spoor. Maar bestuurders nemen de besluiten. Dat kan ik loslaten, anders had ik wethouder of iets dergelijks moeten worden. En dan was ik onderuit gegaan want daar ben ik veel te direct voor.”