eureka

'ontgrenzer' martin unfried: ‘matige ov-verbindingen hinderen arbeidsmobiliteit’

Met de toenemende krapte op de arbeidsmarkt oriënteren werkgevers zich steeds vaker over de grens. Ze ontmoeten daar willige werknemers, maar tot dienstverbanden komt het zelden. De barrières blijken vaak onoverkomelijk hoog. Verschillen in wetgeving en sociale zekerheid, onduidelijkheid over de wederzijdse erkenning van diploma’s,; ze staan de ontwikkeling van een euregionale, grensoverschrijdende arbeidsmarkt in de weg. “En niet te vergeten de slechte verbindingen in het openbaar vervoer”, zegt Martin Unfried, expert internationale samenwerking.

Ontgrenzer. Zo is Martin Unfried ooit door de Provincie Limburg betiteld. Een nickname die hij niet meer kwijtraakt, maar die wel passend is. Hij schreef het rapport Van stilstand naar Verandering; een analyse van de arbeidsmarkt in de euregio Maas-Rijn met daarbij een groot aantal aanbevelingen om die markt open te breken. “In opdracht van de provincie destijds in 2013 geschreven”, zegt de geboren Duitser in het hoofdkantoor van het European Institute of Public Administration (EIPA) in hartje Maastricht waar hij nieuwe ambtenaren wegwijs maakt in de ingewikkelde organisatie die Europese Unie heet. “Vervolgens ben ik gevraagd om de oplossingen ook in de praktijk te brengen. Sindsdien besteed ik een groot deel van mijn tijd aan het afbreken van grenzen.”

Informatie

En niet zonder succes. “Samen met een groot aantal partijen hebben we de Grensinformatiepunten in Kerkrade en Maastricht opgezet. Hier kunnen werkgevers en werknemers terecht met al hun vragen. Onbekendheid en onzekerheid weerhoudt zowel werkgevers als werkzoekenden ervan om de stap over de grens te maken. Want het kán natuurlijk wel in de Europese Unie, het staat iedereen vrij om binnen de EU te werken waar hij of zij wil. Goede informatie is de eerste stap naar een meer internationale arbeidsmarkt. Zeker belangrijk in de grensstreken van Limburg waar veel knelpunten in vraag en aanbod opgelost zouden kunnen worden met meer arbeidsmobiliteit.

Internationale samenwerking in Maastricht

Vervoer

En dan is er nog het openbaar vervoer in de grensstreken. “Ook een barrière en niet de geringste. De trein- en busverbindingen tussen Zuid-Limburg en steden als Aken, Luik en Hasselt zijn niet optimaal. Ernstig als je weet dat we het eigenlijk over een stadsmetropool hebben met twee miljoen inwoners binnen een straal van 50 kilometer. Werknemers zonder auto zijn daardoor min of meer kansloos om over de grens te gaan werken. Het houdt die geïnteresseerden voor een baan in de kinderopvang ook tegen, net als de verpleegkundigen, de werknemers van VDL NedCar of andere banen. Slecht openbaar vervoer hindert ook mensen met een uitkering of herintreders om weer aan de slag te gaan. En wat dacht u van stagiaires? De meeste studenten, zeker Mbo’ers, zijn afhankelijk van openbaar vervoer. Ga maar eens stagelopen in Jülich als je in Heerlen woont. Of op de Chemelot Campus in Geleen als je Aken woont. Niet te doen. Het moge duidelijk zijn dat we een project als Eurekarail van ganser harte ondersteunen. Het wordt hoog tijd voor een reguliere treinverbinding tussen de genoemde steden. Geen gemakkelijke opgave trouwens. Paradoxaal genoeg is ook de digitalisering een barrière. De verschillende ticketingsystemen en chipkaarten kunnen niet met elkaar communiceren. Dat blijkt lastig op te lossen. Ook zijn er weer complicaties met de verschillende privacy bepalingen. Er is nog een weg te gaan.”

Engels

Maar hoe kan het dan dat aan de Universiteit in Maastricht bijna de helft van de studenten Duitser is? “Universitair onderwijs is een verhaal apart. Maastricht heeft de keuze gemaakt voor Engels als voertaal. Daarmee is de UM meteen een internationale universiteit. Typisch is echter voor de Euregio dat zo weinig Nederlandse studenten de weg naar de RWTH in Aachen vinden, hoewel dat een van de beste technische universiteiten van Duitsland is. Dat heeft met de Euregionale taal ‘Duits’ te maken, die voor veel Nederlandse jongeren een te grote barrière is. En een echte belemmering voor de arbeidsmobiliteit op regionale schaal. Het gaat om een combinatie: meer informatie, uniformering van regels en wetten, taalonderwijs en infrastructuur. Daar spannen we ons met ITEM voor in. In dat verband hoop ik dat het bestuur van de Euregio Maas-rijn een sterkere positie krijgt, net als het Benelux-parlement. Dit zijn zaken die je regionaal moet aanvliegen.”

Koppeling

Martin Unfried heeft nog een belangrijk argument voor beter openbaar vervoer. “De koppeling met de hogesnelheidstreinen en de luchthavens. Daarmee maak je de euregio Maas-Rijn weer beter bereikbaar vanuit andere Europese landen en de rest van de wereld. Ik merk bij EIPA zelfs dat cursisten en bezoekers klagen over de verbindingen vanaf bijvoorbeeld Brussel, Düsseldorf of Schiphol. Moeten ze nog uren met de trein reizen met de nodige overstaps en wachttijden. Niet handig.”