eureka

directe verbinding maastricht-aken: maastricht zet in op internationaal spoor

In december krijgt Maastricht een directe treinverbinding met Aken. Hoe past deze stap binnen de ambities van de Limburgse hoofdstad? We vragen het Rik Lebouille, senior beleidsmedewerker Mobiliteit van de stad.

Maastricht mag dan de meest internationale stad van Nederland zijn, met de Duitse en Belgische grens binnen zichtafstand, het centraal station is nog altijd niet meer dan een kopstation. Intercity’s uit de Randstad maken hier rechtsomkeer, het boemeltje tussen Visé en de Limburgse hoofdstad verdient amper de kwalificatie trein. De treinverbinding met Aken en in de loop van 2019 met Luik markeert een nieuw begin. ‘Nog niet zo lang geleden hadden we een regelmatige en directe verbinding met Brussel, de Maastricht Brussel Express’, zegt Rik Lebouille in een sfeervol koffiehuis met zicht op het markante centraal station. ‘Een succes, maar helaas ter ziele gegaan door technische en politieke strubbelingen. Eeuwig zonde, want met deze trein konden reizigers zonder overstap reizen naar internationale luchthaven Zaventem en Brussel. Dat is toch het hart van de Europese Unie met verbindingen naar Parijs en Londen.’

Foto: Wouter Roosenboom

Herstel

Als het stadbestuur van Maastricht één ambitie heeft, dan is het wel het verbeteren van de verbinding met Brussel. Rik Lebouille, sinds negen jaar voor de stad Maastricht voornamelijk bezig met internationale mobiliteit, knikt. ‘Natuurlijk’, zegt hij met de kersverse ‘ambitienota Stad en Spoor Maastricht’ voor zich op tafel. ‘Niet alleen omdat het deze stad een nieuwe boost zou geven, ook uit nationaal oogpunt. Volgens recente onderzoeken speelt de concurrentiestrijd op wereldschaal zich af tussen stedelijke gebieden met 15 tot 30 miljoen inwoners. Nederland is in dit verband een kleine speler. Maar als we de aansluiting tot stand brengen met de economieën net over de grens, als we de Euregio echt met elkaar verbinden, dan ontstaat een gebied met een enorme potentie. Wij denken dat Maastricht gezien de ligging een spilfunctie kan en moet vervullen. Goed voor de regio, goed voor het land.’

Intercity

En mede daarom is een uitgebreide nota geschreven die stap voor stap de ambities beschrijft voor de spoorzone in Maastricht. Daarbij zitten ook kostbare ambities die de stad niet zelf kan bekostigen. ‘Nee, daarvoor hebben we de steun van het Rijk en de Provincie Limburg nodig, maar ook van private partijen en natuurlijk partners zoals NS en ProRail. Anderzijds zijn het ook geen onhaalbare ideeën. Om een Intercity direct te laten doorrijden richting België zijn veel aanpassingen nodig, maar het is mogelijk om in stappen naar dat doel toe te werken. Het spoor richting Visé en Luik ligt er al. Ik heb begrepen dat een frequente verbinding tussen Maastricht en Luik een kwestie van tijd is. Een verbinding zonder overstappen of wachttijden met een helder ticketingsysteem zou al een heel belangrijke stap zijn. ’

Succes

Rik Lebouille verwijst naar de ‘Drielandentrein’ die dit jaar gaat rijden tussen Aken, Heerlen, Maastricht en later ook Luik. ‘Ik ben ervan overtuigd dat de verbinding Luik-Aken via Maastricht en Heerlen een succes wordt. Hiermee maken we de arbeidsmarkt in de regio in één klap groter. Het reizen wordt makkelijker en vergt minder tijd. Dat zijn cruciale factoren in een arbeidsmarkt. De Brightlands Campussen worden makkelijker bereikbaar en trek dat door naar de HiTech Campus in Eindhoven en je hebt de link met de rest van Nederland. De euregio wordt zo interessanter voor bedrijven om zich te vestigen. Daarnaast zijn er de Duitse en Belgische studenten die in Limburg studeren en de toeristen en dagjesmensen die de stad en regio komen bezoeken. Het gaat er juist om één open regio te zijn.’ Met de route Aken-Luik via Limburg komen de Hoge Snelheidsnetten in België en Duitsland direct dichterbij. ‘Inderdaad en dat is belangrijk. Voor Zuid-Limburg is het belangrijk over de grenzen heen te denken. Internationale treinverbindingen helpen daarbij.’

Ontsluiten

Met een Intercity naar Luik is Maastricht niet meteen een internationaal knooppunt, beseft Rik Lebouille. ‘Nee, er moet veel meer gebeuren. Allereerst moeten we spoorzone beter ontsluiten aan de achterkant om de verbinding te leggen met het oostelijke stadsgebied. Nu de A2 daar onder de grond loopt, ontstaat er een mooie wijk met veel nieuwe huizen en bedrijvigheid. De aansluiting met de stad is op dit moment echter onvoldoende. We hebben diverse ideeën voor loop- en fietsverbindingen onder en over het spoor gepresenteerd. Ook is het stationsgebouw toe aan modernisering, iets waar NS als eigenaar van het gebouw trouwens werk van maakt. Bij een internationaal knooppunt horen ook busverbindingen. En meer ruimte voor fietsers en voetgangers, want uiteindelijk willen we ook minder auto’s in de stad. Opgeteld gaat het om forse investeringen die de stad niet alleen kan dragen. Als internationaal knooppunt overstijgt Maastricht echter het regionale belang. Hiermee maken we Nederland internationaler en concurrerender.’