eureka

um-onderzoeker marc dijk over de omslag van auto naar openbaar vervoer: efficiënte treinverbindingen zijn de basis

Mensen zijn alleen bereid de auto in te ruilen voor het openbaar vervoer als de infrastructuur op orde is. Spoorverbindingen tussen en innovatieve voertuigen in de steden spelen daarin een cruciale rol. Dat zegt Marc Dijk, onderzoeker en docent Innovatie en Duurzaamheid aan de Universiteit Maastricht. EurekaRail zocht hem op.

Als onderzoeker aan de Universiteit van Maastricht ziet Marc Dijk dagelijks vele honderden studenten uit de regio Aken naar Maastricht reizen. ‘Zij komen nu bijna allemaal met de auto, omdat de bus- en zeker spoorverbindingen nauwelijks een alternatief bieden. Met een directe spoorverbinding durf ik wel te voorspellen dat een groot deel van de studenten overstapt.’
Dan gaat de onderzoeker er wel vanuit dat ook het ticketingsysteem geen complicaties meer oplevert om de grens over te steken. ‘Dat is inderdaad een belangrijke factor. Uit diverse onderzoeken blijkt dat mensen graag bereid zijn om de auto te laten staan, maar dan moet het reizen per trein of bus niet veel langer duren in een hoge frequentie én moet het niet lastig zijn om een grensoverschrijdend kaartje te kopen.’

Elektrisch

Marc Dijk studeerde Luchtvaarttechniek in Delft, specialiseerde zich in elektrische voertuigen en houdt zich in Maastricht vooral bezig met onderzoek naar mobiliteit en reisgedrag. Leitmotiv is het terugdringen van vervuilend autoverkeer tussen en in de steden door de overstap naar duurzaam openbaar vervoer met treinen en innovatieve elektrische voertuigen voor de korte afstand. ‘We kijken bijvoorbeeld hoe het reisgedrag van mensen verandert als er een Park&Ride wordt gestart, als de parkeertarieven aangepast worden, als er gratis deelfietsen in een stad staan. Als we de ‘modal shift‘ (het vervangen van een deel van het vervoer over de weg door andere vormen van vervoer, bijvoorbeeld vervoer per spoor) willen maken van de auto naar het openbaar vervoer, dan moet het alternatief gewoon goed zijn. En er moet een goede verbinding zijn tussen de modaliteiten, de zogenoemde intermodaliteit. Dat betekent allereerst efficiënte trein- en busverbindingen tussen steden en vervolgens een oplossing voor het reizen tussen de stations en de eindbestemming. Ik denk daarbij aan deelfietsen, maar ook aan elektrische auto’s en busjes want bij slecht weer is het natuurlijk niet prettig om koud en nat op je werk of school te arriveren. Zo’n elektrisch alternatief moet dan wel ruim beschikbaar zijn en ook prijstechnisch concurreren met de auto. Het is niet gemakkelijk om mensen de overstap te laten maken. Alles moet kloppen. Daarbij zijn er veel tegenkrachten. Winkeliers willen auto’s zeker niet weren. Mensen zelf veranderen niet graag.’

Ontmoedigen

Behalve positieve prikkels zijn er ook andere middelen. ‘Zeker. Parkeren duurder maken, de komst met de auto ontmoedigen. Er gaan steeds meer stemmen op om de steden autoluwer te maken. Vanwege de vervuiling, luchtkwaliteit en lawaai. Maar ook omdat auto’s asfalt vergen en ruimte innemen. Veel auto’s verhoogt een gevoel van onveiligheid en onrust. Willen we ruim baan geven aan fietsers en voetgangers, dan wordt de rol van auto’s automatisch kleiner.’
Maar het begint met goede spoorverbindingen tussen de steden, benadrukt Marc Dijk. ‘Nationaal en internationaal en juist voor een grensregio als Zuid-Limburg. Betere verbindingen maken Brussel, Parijs en Londen een stuk beter bereikbaar. Andersom wordt Maastricht dan op haar beurt weer interessanter voor bedrijven, toeristen en buitenlandse werknemers.’

Alternatief

Treinen kan wel degelijk een alternatief zijn voor vliegen, is de overtuiging van Marc Dijk. ‘Zeker op de tracés van enkele honderden kilometers, zoals Amsterdam-Parijs, Brussel-Londen of Eindhoven-Berlijn. Het gaat dan om snelheid, prijs en comfort. HSL-lijnen zijn snel, een trein is per definitie comfortabel, alleen de prijs is nog een punt. Nu is treinen nog duurder, maar als er normale belastingen en accijnzen geheven gaan worden op kerosine, dan verandert dat.’